Wat kan je als mentor betekenen voor faalangstige leerlingen?

Heb je ook leerlingen in je mentorgroep die in paniek schieten zodra ze wat meer taken krijgen dan ze normaal gewend zijn? Leerlingen die onzeker worden bij nieuwe of extra taken? Bij de begeleiding van leerlingen met faalangst is het belangrijk dat zij een positief beeld van zichzelf opbouwen (Van Lieshout,2002). De mentor kan faalangstige leerlingen op verschillende manieren hulp bieden. Dit kan individueel of in groepsverband plaatsvinden.

Benoem of herhaal succeservaringen

Leerlingen met faalangst kunnen emotioneel reageren als ze een taak krijgen. “Dit gaat mij niet lukken!” roepen ze dan. Het is dan jouw taak als mentor om ze te herinneren dat ze eerder al goede resultaten hebben behaald voor vergelijkbare taken. Leerlingen vergeten vaak welke successen ze hebben behaald. Successen opsommen is een goede manier om het zelfvertrouwen van je faalangstige leerlingen te boosten.

Verdeel de taak in kleine stukken (deeltaken)

Faalangst kan ertoe leiden dat leerlingen taken niet aandurven die anderen fluitend uitvoeren.  Leerlingen met faalangst hebben moeite met plannen. Leerlingen met actieve faalangst (Depreeuw,1995) werken hard en besteden veel tijd aan het bestuderen van lesstof. Zij komen niet echt toe aan ontspanning. Volgens Depreeuw hebben passief faalangstige leerlingen daarentegen het idee dat het harde werken nergens toe leidt. Hoe meer inspanning, hoe groter de teleurstelling. Deze leerlingen vertonen uitstelgedrag. Ze vervallen in dagdromen, gaan spijbelen en vermijden bepaalde situaties. Voor faalangstige leerlingen werkt het goed om de taak op te delen in deeltaken. Deze kunnen ze stap voor stap afwerken. Beginnen met iets makkelijks, dan iets uitdagender, enzovoorts.

De Pomodoro techniek is zeker aan te bevelen voor deze groep. Lees meer over de Pomodoro techniek of download de gratis poster voor je leerlingen.

Prioriteiten en een goede planning

Leerlingen met faalangst kunnen helemaal opgaan in een moeilijke taak. Ze werken hard en besteden veel tijd aan het bestuderen van lesstof of het maken van een opdracht: “Als dit mij niet lukt, krijg ik een dikke onvoldoende voor dit vak.” Hierdoor vergeten deze leerlingen soms dat ze ook nog ander huiswerk hebben. Help deze leerlingen met het stellen van prioriteiten. Een goede planning geeft duidelijkheid, overzicht en structuur. Om efficiënt te kunnen leren, is het belangrijk dat jouw leerlingen informatie kunnen organiseren en prioriteren. Als mentor kun jij jouw leerlingen daarbij helpen.

Inspiratie voor mentorlessen nodig?

Verrijk je mentorlessen met Slim Studeren VO. Een compleet pakket voor leerling én mentor. Het programma bestaat uit verschillende thema’s: studievaardigheden, sociaal-emotionele vaardigheden, leerstrategieën, groeimindset, mediawijsheid, nepnieuws en phishing herkennen, stop (cyber)pesten, burgerschap, LOB en gezonde leefstijl. De toolbox voor de mentor bestaat uit kant-en-klare-lesbrieven en tips over het mentoraat. Voor de lesbrieven is weinig voorbereidingstijd nodig en de tips worden regelmatig geactualiseerd.

Bronnen

Depreeuw, E. ( 1995) De waarheid over faalangst. Caleidoscoop, 7, 12-15.

Lieshout, T. van (2002). Pedagogische adviezen voor speciale kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Meersbergen, E. van & Jeninga, J. (2012). De ecologie van de leerling. Een systeemgericht model voor het onderwijs. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 51, 175-185.

Disclaimer : De informatie in deze blog is met grote zorg samengesteld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring. Ondanks deze zorgvuldigheid kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Organisaties en onderwijsprofessionals wordt geadviseerd om bij beleidskeuzes altijd rekening te houden met de eigen context en actuele wet- en regelgeving.

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Loopbaanontwikkeling in het voortgezet onderwijs: waarom speelt elke docent een rol?

Het voortgezet onderwijs speelt een belangrijke rol in het voorbereiden van leerlingen op hun verdere studie-, loopbaan- en levenskeuzes. Steeds meer onderzoek laat zien dat loopbaanontwikkeling het sterkst tot zijn recht komt binnen een schoolbrede aanpak, waarbij docenten, mentoren en decanen samenwerken. Docenten spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks contact met leerlingen, kennen hun talenten en interesses en kunnen leerlingen helpen om verbanden te leggen tussen wat zij leren en de wereld buiten school.   Loopbaanontwikkeling begint niet bij de profielkeuze Veel scholen besteden vooral aandacht aan loopbaanoriëntatie op momenten waarop leerlingen een keuze moeten maken. Denk aan de overstap naar een profiel, vervolgopleiding of stage. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat loopbaanontwikkeling veel meer is dan het maken van een eenmalige keuze. Het gaat om het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en zelfinzicht die jongeren helpen om gedurende hun leven passende keuzes te maken. Het onderzoek van Rice

Lees meer

Groepsvorming in de eerste schoolweken: wat kunnen we van Scandinavië leren?

De eerste weken van het schooljaar zijn van grote invloed op hoe een klas zich ontwikkelt. In deze periode leren leerlingen elkaar kennen, verkennen zij hun positie binnen de groep en ontstaat de basis voor gedrag, samenwerking en het leerklimaat. Veel landen erkennen het belang van groepsvorming in de eerste schoolweken. In Scandinavië is er veel aandacht voor welzijn, gelijkwaardigheid en verbondenheid binnen de klas. Leerlingen moeten zich veilig, gezien en betrokken voelen voordat zij optimaal tot leren kunnen komen. In plaats van direct te focussen op vakkennis, prestaties en toetsing, kiezen Scandinavische scholen ervoor om eerst te investeren in de groep. Deze benadering biedt waardevolle inzichten voor het voortgezet onderwijs.   Eerst de relatie, dan het leren In Scandinavische klaslokalen staat het opbouwen van relaties centraal. Leerlingen moeten zich veilig voelen, gezien worden en vertrouwen ervaren voordat zij tot leren komen. Onderzoek van onder andere de OECD onderstreept dat

Lees meer

Beeldende vorming: gelukkig kun je creativiteit gewoon in een cijfer vangen

Laten we beginnen met een voorbeeld uit de praktijk. Een leerling krijgt voor het vak Beeldende vorming de opdracht om een zelfportret te tekenen. Iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Ze krijgen twee lesuren voor de opdracht. De leerling doet wat hij kan. Hij tekent, probeert, gumt, begint opnieuw. Thuis laat hij zijn werk zien. Hij krijgt tips, hij zoekt zelf wat voorbeelden en filmpjes op internet en gaat oefenen. Stap voor stap ontdekt hij hoe een gezicht is opgebouwd, hoe verhoudingen werken en hoe schaduw diepte geeft. Met zijn nieuwe inzichten en zichtbaar meer vaardigheid komt hij terug op school. Trots neemt hij zijn oefentekening en de bronnen die hij heeft gebruikt mee naar school. Hij wil op school nog een keer proberen. Klaar om te laten zien wat hij heeft geleerd. Alleen komt dat moment niet. Nog voordat hij iets kan uitleggen, krijgt hij te horen

Lees meer