Polarisatie in de klas: Hoe ga je daarmee om?

Polarisatie in de klas

Polarisatie in de samenleving groeit en die ontwikkeling zie je ook terug in de klas. Leerlingen nemen hun meningen, emoties en ervaringen mee naar school. Soms versterken die elkaar, maar vaak botsen ze juist. Voor jou als docent kan dat uitdagend zijn. Tegelijkertijd biedt het ook een kans om te oefenen met dialoog, respect en omgaan met verschillen. De klas is dé plek waar leerlingen aan de slag kunnen met deze belangrijke vaardigheden.

 

Wat is polarisatie?

Polarisatie bestaat al zolang mensen samenleven. Filosoof Bart Brandsma (2017) benadrukt dat er altijd tegenstellingen ontstaan zodra groepen samenkomen. Denk aan jong tegenover oud of gelovig tegenover ongelovig. Sociale media fungeren tegenwoordig als brandstof voor polarisatie en zorgen ervoor dat verschillen sneller uitvergroot worden. Algoritmes belonen extreme uitspraken en creëren zogenaamde filterbubbels. Onderzoek van Bail et al. (2018) toont dat dit effect leidt tot meer wij-zij-denken. Deze dynamiek merk je direct in de gesprekken met jouw leerlingen.

 

Polarisatie herkennen in de klas

In de klas zie je polarisatie terug in discussies, opmerkingen of tijdens het bespreken van gevoelige thema’s. Denk aan onderwerpen zoals identiteit, klimaat, religie of politiek. Leerlingen dagen elkaar uit en soms ook de docent. Dit kan spanning opleveren, maar zie ze ook als leermomenten. Uit onderzoek van Hess en McAvoy (2015) blijkt dat veilige gesprekken binnen de schoolomgeving leiden tot meer begrip, betere samenwerking en minder conflicten.

 

Gestructureerd in gesprek

Een gesprek zonder structuur loopt snel uit de hand. Docenten kunnen dit voorkomen door duidelijke stappen te volgen:

  1. Afspraken maken: Stel samen spelregels op en houd elkaar eraan.
  2. Voorkennis in kaart brengen: Begin met feiten als gemeenschappelijke basis.
  3. Meningen verkennen: Inventariseer welke standpunten in de samenleving bestaan.
  4. Standpunten scheiden: Bespreek meningen apart om overzicht te behouden.
  5. Samen reflecteren: Wat ging goed en wat kan beter?

 

Met deze aanpak creëer je rust en veiligheid. Alle leerlingen krijgen een stem, niet alleen de leerling die heel hard schreeuwt.

 

De rol van de docent

Veel docenten kiezen vanzelf voor de rol van gespreksleider die bruggen wil bouwen. Toch blijkt uit onderzoek van Wansink en Damhuis (2022) dat deze aanpak niet altijd effectief is. Hun onderzoek laat zien dat uitgesproken leerlingen in de klas vaak extra ruimte krijgen, waardoor hun standpunten alleen maar sterker worden. Dit vergroot de kans op polarisatie.

Daarom is het belangrijk om je aandacht te richten op de stille meerderheid. Deze middengroep mengt zich vaak minder in het gesprek, maar vormt een stabiele basis voor verbinding. Van der Ploeg en Scholte (2019) benadrukken dat het versterken van deze middengroep bijdraagt aan sociale cohesie en een veilig leerklimaat.

 

Hoe ga je om met je eigen mening?

Leerlingen willen weten wie jij bent en zijn vaak benieuwd naar jouw mening. Eveline Crone (2020) benadrukt dat adolescenten juist op zoek zijn naar authenticiteit. Ze prikken snel door een masker heen. Je hoeft dus niet te doen alsof je volledig neutraal bent. Wel kun je laten zien dat je verschillende standpunten onderzoekt en dat je openstaat voor nuance.

Nieuwelink (2024) onderstreept dat jongeren juist op school moeten leren hoe je moeilijke gesprekken voert. In jouw klas krijgen leerlingen de kans om deze vaardigheid te oefenen binnen een veilige sfeer, waardoor de kloof tussen verschillende standpunten kleiner blijft.

 

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel, een leerling zegt: “Ik wil niet naast een homo zitten.” Je eerste neiging kan zijn dit direct af te keuren. Toch vergroot dat vaak de polarisatie. Beter is het om door te vragen. Wat bedoelt de leerling precies? Waar komt die uitspraak vandaan? Daarna verleg je de aandacht naar het gezamenlijke belang: een klas waar iedereen zich veilig voelt. Zo maak je ruimte voor dialoog zonder de norm van respect los te laten.

 

Tien tips om polarisatie in de klas te verminderen
  1. Luister actief en laat zien dat je iedereen hoort.
  2. Stel nieuwsgierige vragen naar de achterliggende redenen.
  3. Maak ruimte voor verschillen en normaliseer diversiteit.
  4. Benadruk overeenkomsten en verbind via gedeelde waarden.
  5. Stimuleer ik-boodschappen in plaats van generalisaties.
  6. Benoem emoties en erken gevoelens zonder oordeel.
  7. Wees alert op woorden die polariseren en stuur het gesprek naar verbindende taal.
  8. Werk met feiten én perspectieven, maak onderscheid tussen kennis en mening.
  9. Geef zelf het goede voorbeeld met respectvol gedrag.
  10. Stel samen met de klas duidelijke gespreksregels op.

 

Mediawijsheid en polarisatie

Sociale media zijn brandstof voor polarisatie. Onderzoek van Sunstein (2018) laat zien dat online gesprekken vooral extreme standpunten belonen. Jongeren krijgen zo bevestiging van hun eigen overtuigingen, zonder ruimte voor nuance. Daarom is mediawijsheid onmisbaar. Leerlingen moeten leren hoe ze bronnen beoordelen, meningen onderscheiden en framing herkennen.

 

Slim Studeren VO: Burgerschap en mediawijsheid

Wil je dit thema concreet aanpakken? De module ‘Burgerschap’ en ‘Mediawijsheid’ van Slim Studeren VO biedt kant-en-klare lessen die je direct kunt inzetten. Leerlingen oefenen met dialoog, reflectie en samenwerking. Het dashboard laat jou overzichtelijk de voortgang zien. Docenten waarderen de praktische insteek en de duidelijke structuur. Met dit programma/ lesmateriaal maak je burgerschap en mediawijsheid tastbaar en relevant.

Tip: vraag een DEMO aan om kennis te maken met de Slim Studeren VO.

 

Samenleven leer je in de klas

Polarisatie hoort bij het leven, maar in de klas kunnen docenten hun leerlingen leren hoe ze ermee moeten omgaan. Door structuur te bieden, de middengroep te activeren en bewust met taal en houding om te gaan, versterk je het gevoel van veiligheid. De klas wordt zo een oefenplaats voor de samenleving: een plek waar verschillen niet scheiden, maar juist verbinden.

 

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Waarom zijn goede studievaardigheden onmisbaar voor jouw leerlingen

…en hoe Slim Studeren VO helpt om leerlingen beter te laten leren Als leraar zie je dagelijks hoe groot de verschillen zijn tussen leerlingen: sommige werken gestructureerd en weten precies hoe ze een toets moeten aanpakken, terwijl anderen verdwalen in hun planning, blijven samenvatten zonder resultaat of pas op het laatste moment beginnen. Sterke studievaardigheden vormen de basis voor schoolsucces in alle leerjaren, van onderbouw tot bovenbouw. Steeds meer onderzoek toont aan dat leerlingen die weten hoe ze moeten leren, niet alleen betere cijfers halen, maar ook rust, motivatie en zelfvertrouwen ontwikkelen. Slim Studeren VO helpt docenten om deze vaardigheden op een eenvoudige en effectieve manier in hun lessen te integreren.   1. Leerlingen leren slimmer Met de juiste studievaardigheden kunnen leerlingen meer bereiken in dezelfde tijd. Denk aan: Retrieval practice (kennis ophalen in plaats van herlezen); Spaced practice (verspreid leren i.p.v. blokken); Structured notes in plaats van eindeloze samenvattingen;

Lees meer

Uitstelgedrag in de klas: hoe pak je dat aan?

“Ze zijn lui.” “Ze hebben geen doorzettingsvermogen.” Zo wordt vaak gedacht over leerlingen die hun taken of toetsen uitstellen. Echter is uitstelgedrag niet altijd een kwestie van onwil. Het is ook een complex samenspel van brein, motivatie en zelfvertrouwen. Als je begrijpt waarom leerlingen uitstellen, dan zul je hen beter kunnen helpen om hun motivatie terug te vinden en effectief te leren plannen. In deze blog lees je wat er schuilgaat achter uitstelgedrag in de klas, waarom het zo hardnekkig kan zijn én hoe je als leraar, mentor of schoolteam het verschil kunt maken.   Wat is uitstelgedrag precies? Iedereen stelt weleens iets uit en dat is in de meeste gevallen geen probleem. Het wordt problematisch wanneer leerlingen structureel geneigd zijn om taken voor zich uit te schuiven, ook wanneer zij zich bewust zijn van de negatieve gevolgen daarvan. Neuropsychologisch onderzoek laat zien dat dit gedrag deels verklaard kan worden

Lees meer

Risico’s van het internet voor jongeren: hoe praat je erover met je leerlingen?

Online pesten, privacyproblemen, sexting of misleidende influencers. Jongeren leven in een digitale wereld vol kansen, maar ook vol risico’s. Jongeren bewegen zich moeiteloos online, maar beseffen niet altijd welke risico’s daarbij horen. Voor docenten ligt hier een belangrijke rol weggelegd: leerlingen begeleiden om kritisch na te denken over hun online gedrag. Maar hoe pak je dat aan in de klas?   Waarom is het zo belangrijk om over internetrisico’s te praten? Veel jongeren overschatten hun eigen online vaardigheden. Ze weten bijvoorbeeld hoe ze TikTok moeten gebruiken, maar ze weten niet altijd wat de gevolgen zijn van wat ze daar posten. Onderzoek laat zien dat jongeren risico’s op het internet vaak pas herkennen als er iets misgaat. Een nare opmerking, cyberpesten, een gedeelde foto of een virale video. Daarom is preventie via gesprek zo krachtig. Praten over internetveiligheid en privacy zorgt ervoor dat leerlingen leren reflecteren vóór er iets misloopt. Dat

Lees meer