Aantekeningen maken en leren: wat hebben leerlingen nodig?

In veel lessen gaan we er stilzwijgend van uit dat leerlingen wel weten hoe je goede aantekeningen maakt. Schrift open, pen in de hand, luisteren en noteren maar. Net als bij samenvatten blijkt die aanname vaak onjuist. Aantekeningen maken is geen vanzelfsprekende vaardigheid, maar een complexe leerstrategie die expliciet aangeleerd, geoefend en van feedback voorzien moet worden.

Wie niet goed leert noteren, leert vaak ook minder diep en dat heeft directe gevolgen voor begrip, onthouden en zelfstandig leren.

 

De hardnekkige aanname: “dat kunnen ze al”

In onderzoek naar leerstrategieën werd jarenlang aangenomen dat leerlingen aan het einde van het voortgezet onderwijs wel fatsoenlijke samenvattingen en aantekeningen konden maken. Die aanname bleek onhoudbaar. Toen samenvatten minder effectief bleek dan verwacht, lag dat niet aan de strategie zelf, maar aan de uitvoering: leerlingen wisten eenvoudigweg niet hoe ze moesten samenvatten.

Hetzelfde geldt voor aantekeningen maken. We verwachten een vaardigheid die zelden systematisch is onderwezen.

 

Waarom is het maken van aantekeningen zo krachtig?

Goede aantekeningen maken dwingt leerlingen om actief met leerstof bezig te zijn. Ze kunnen niet alles letterlijk noteren en moeten dus keuzes maken:

  • Wat is belangrijk?
  • Hoe vat ik dit kort samen?
  • Gebruik ik woorden, pijlen, schema’s of een tekening?

 

Dit soort cognitieve bewerkingen kost moeite, maar juist die moeite zorgt voor beter leren en onthouden. Niet voor niets laat onderzoek zien dat er een positieve relatie is tussen:

  • de hoeveelheid aantekeningen,
  • de kwaliteit ervan,
  • en de leerprestaties van leerlingen.

 

Echter geldt die relatie alleen als de aantekeningen meer zijn dan een letterlijk verslag.

 

Oppervlakkige versus diepgaande aantekeningen

Onderwijsonderzoekers Mengsi Liu en Yuri Uesaka onderzochten wat leerlingen cognitief doen tijdens het maken van aantekeningen. Op basis van semigestructureerde interviews met middelbare scholieren ontwikkelden zij een raamwerk waarin zij onderscheid maken tussen oppervlakkige en diepgaande aantekeningen.

Oppervlakkige aantekeningen

Leerlingen blijven bij oppervlakkige aantekeningen vooral steken in het vastleggen van informatie. Ze noteren wat de docent zegt of op het bord schrijft en nemen teksten uit het leerboek vaak letterlijk over. Ze gebruiken kleur, maar zonder een duidelijke of inhoudelijke functie. Leerlingen brengen meestal geen samenhangende structuur aan, of volgen simpelweg de opbouw van het boek, zonder zichtbaar na te denken over wat echt belangrijk is.

De leerling hoeft bij deze manier van noteren weinig denkwerk te verrichten. Aangezien de manier van verwerking bepalend is voor de diepte van het leren, leiden zulke aantekeningen vrijwel automatisch tot oppervlakkig leren.

 Diepgaande aantekeningen

Bij diepgaande aantekeningen gebeurt iets anders. Leerlingen:

  • parafraseren informatie in eigen woorden;
  • onderscheiden hoofd- en bijzaken;
  • gebruiken structuur;
  • voegen informatie toe uit andere bronnen of lessen (cognitief);
  • noteren wat zij niet begrijpen of waar ze fouten maken;
  • laten bewust ruimte open voor latere aanvullingen;
  • nemen hun aantekeningen na de les door en vereenvoudigen ze (metacognitief).

 

Een realiteit uit de onderwijspraktijk

Veel docenten veronderstellen dat leerlingen deze vaardigheden al beheersen. In de praktijk blijkt echter dat zowel samenvatten als aantekeningen maken geen vanzelfsprekende vaardigheden zijn. Het zijn leerprocessen waarbij expliciete instructie, herhaalde oefening en gerichte feedback nodig is. De vraag is dus hoe we dit op school didactisch doordacht en structureel moeten aanpakken.

 

Van onderzoek naar praktijk: Slim Studeren VO

Binnen Slim Studeren VO wordt aantekeningen maken gezien als een kernvaardigheid van effectief leren, niet als bijproduct van de les. Leerlingen leren stap voor stap:

  • wat het doel van aantekeningen is;
  • hoe zij informatie selecteren en structureren;
  • en wat zij na de les met hun aantekeningen doen.

Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de Cornell-methode.

 

De Cornell-methode als leerstrategie

De Cornell-methode verdeelt een blad in vaste onderdelen:

  • een notitiegebied voor kernpunten, voorbeelden en schema’s;
  • een linkerkolom voor kernbegrippen, vragen en verbanden;
  • een samenvattingsvak onderaan het blad;
  • en expliciete witruimte om later aan te vullen.

 

Deze structuur stuurt leerlingen automatisch richting diepgaande aantekeningen. Ze worden gedwongen om:

  • te selecteren en te parafraseren;
  • vragen te formuleren over wat ze nog niet begrijpen;
  • hun aantekeningen actief te verwerken na de les;
  • en na te denken over wat zij wel en niet beheersen.

 

Leerlingen maken met deze structuur diepgaande aantekeningen.

 

Van aantekeningen maken naar leren

Binnen Slim Studeren VO ligt de nadruk niet alleen op het maken van aantekeningen, maar vooral op het gebruik ervan:

  • samenvattingen schrijven zonder het boek;
  • vragen beantwoorden vanuit de linkerkolom;
  • aantekeningen herschikken of vereenvoudigen;
  • verbanden leggen met eerdere leerstof.

 

Zo worden aantekeningen een startpunt voor retrieval practice en zelfregulerend leren, in plaats van een eindproduct dat na de les verdwijnt in de tas.

 

Wat vraagt dit van docenten?

Effectieve instructie rondom aantekeningen maken, vraagt om expliciete keuzes:

  • laat leerlingen zien hoe jij aantekeningen maakt;
  • bespreek de verschillen tussen oppervlakkige en goede notities;
  • oefen dit samen voordat je zelfstandigheid verwacht;
  • geef feedback op inhoud en verwerking, niet op netheid;
  • plan vaste momenten waarop leerlingen hun aantekeningen herzien.

 

Aantekeningen maken is geen talent dat sommige leerlingen hebben en andere niet. Het is een vaardigheid die je kunt aanleren, trainen en verbeteren.

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Groepsvorming in de eerste schoolweken: wat kunnen we van Scandinavië leren?

De eerste weken van het schooljaar zijn van grote invloed op hoe een klas zich ontwikkelt. In deze periode leren leerlingen elkaar kennen, verkennen zij hun positie binnen de groep en ontstaat de basis voor gedrag, samenwerking en het leerklimaat. Veel landen erkennen het belang van groepsvorming in de eerste schoolweken. In Scandinavië is er veel aandacht voor welzijn, gelijkwaardigheid en verbondenheid binnen de klas. Leerlingen moeten zich veilig, gezien en betrokken voelen voordat zij optimaal tot leren kunnen komen. In plaats van direct te focussen op vakkennis, prestaties en toetsing, kiezen Scandinavische scholen ervoor om eerst te investeren in de groep. Deze benadering biedt waardevolle inzichten voor het voortgezet onderwijs.   Eerst de relatie, dan het leren In Scandinavische klaslokalen staat het opbouwen van relaties centraal. Leerlingen moeten zich veilig voelen, gezien worden en vertrouwen ervaren voordat zij tot leren komen. Onderzoek van onder andere de OECD onderstreept dat

Lees meer

Beeldende vorming: gelukkig kun je creativiteit gewoon in een cijfer vangen

Laten we beginnen met een voorbeeld uit de praktijk. Een leerling krijgt voor het vak Beeldende vorming de opdracht om een zelfportret te tekenen. Iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Ze krijgen twee lesuren voor de opdracht. De leerling doet wat hij kan. Hij tekent, probeert, gumt, begint opnieuw. Thuis laat hij zijn werk zien. Hij krijgt tips, hij zoekt zelf wat voorbeelden en filmpjes op internet en gaat oefenen. Stap voor stap ontdekt hij hoe een gezicht is opgebouwd, hoe verhoudingen werken en hoe schaduw diepte geeft. Met zijn nieuwe inzichten en zichtbaar meer vaardigheid komt hij terug op school. Trots neemt hij zijn oefentekening en de bronnen die hij heeft gebruikt mee naar school. Hij wil op school nog een keer proberen. Klaar om te laten zien wat hij heeft geleerd. Alleen komt dat moment niet. Nog voordat hij iets kan uitleggen, krijgt hij te horen

Lees meer
Gouden Weken en een positieve klassensfeer

Positieve groepsvorming tijdens de eerste weken van het schooljaar

De basis voor een sterk en veilig leerklimaat De eerste weken van het schooljaar zijn bepalend voor de rest van het jaar. In deze fase ontstaat de groepsdynamiek, de rollen worden verdeeld en de sociale norm vormt zich binnen de klas. Wie hier bewust op inzet, legt een stevige basis voor rust, vertrouwen en betere leerprestaties. Maar hoe zorg je nu voor positieve groepsvorming? En wat levert het concreet op? In deze blog lees je over de voordelen van het Gouden Weken Pakket, praktische voorbeelden én hoe je dit eenvoudig kunt aanpakken.   Wat is positieve groepsvorming? Positieve groepsvorming betekent dat je als docent of mentor actief werkt aan een klas waarin leerlingen zich: veilig voelen; elkaar respecteren; samenwerken; en verantwoordelijkheid nemen. Het gaat dus niet alleen om “een gezellige klas”, maar om een groep waarin iedere leerling tot zijn recht komt en zich veilig voelt.   De basis van

Lees meer