Van onrust en conflicten naar rust en samenwerking: sociaal-emotioneel leren in het voortgezet onderwijs

Onrust tijdens de les, leerlingen die door elkaar praten of die zich onttrekken aan groepswerk en conflicten die snel hoog oplopen: voor veel docenten in het voortgezet onderwijs is dit herkenbaar. Een opmerking wordt verkeerd geïnterpreteerd, een groepsopdracht loopt vast of een leerling reageert fel op feedback. Vaak grijpen we in met regels of correcties, maar het onderliggende gedrag keert regelmatig terug.

Hoewel steeds meer scholen ervaren dat sociaal-emotioneel leren (SEL) helpt om dit patroon te doorbreken, krijgt sociaal-emotionele ontwikkeling in de praktijk nog vaak weinig structurele aandacht. Regelmatig wordt verondersteld dat leerlingen deze vaardigheden vanzelf ontwikkelen. Door sociaal-emotioneel leren bewust en doelgericht in te zetten, verschuift de focus van het corrigeren van gedrag naar het aanleren van vaardigheden waarmee leerlingen anders leren reageren. Dat leidt tot meer rust in de klas, betere samenwerking en een veiliger leerklimaat.

 

Wat verstaan we onder sociaal-emotioneel leren?

Sociaal-emotioneel leren richt zich op vaardigheden die leerlingen nodig hebben om emoties te herkennen, gedrag te sturen en effectief met anderen samen te werken. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld over het leren omgaan met frustratie, feedback kunnen ontvangen of verantwoordelijkheid nemen voor afspraken.

Internationaal wordt sociaal-emotioneel leren vaak beschreven aan de hand van samenhangende competenties. Deze bieden scholen een kader om sociaal-emotionele ontwikkeling doelgericht vorm te geven.

 

Waarom heeft sociaal-emotioneel leren zichtbaar effect op gedrag?

Vervelend en storend gedrag in de klas heeft vaak te maken met een tekort aan vaardigheden. Leerlingen die tijdens groepswerk de les verstoren, gaan domineren of juist afhaken, vinden het soms lastig om samen te werken of met spanning om te gaan. Ook een felle reactie op correctie wijst niet altijd op onwil, maar laat zien dat een leerling moeite heeft om emoties op een passende manier te reguleren.

Op scholen waar sociaal-emotioneel leren bewust wordt ingezet, leren leerlingen eerst stilstaan bij wat ze voelen en waarom. Een docent merkt bijvoorbeeld dat een leerling die normaal snel uitvalt, leert om eerst te verwoorden dat hij gefrustreerd is. Hierdoor ontstaat er ruimte voor gesprek in plaats van escalatie. Dit leidt tot minder verstoringen en een rustiger klassenklimaat.

 

Voorbeelden uit de dagelijkse lespraktijk

In een brugklas waar regelmatig conflicten ontstaan tijdens groepsopdrachten, wordt expliciet aandacht besteed aan samenwerken. Leerlingen oefenen vooraf hoe zij taken verdelen en hoe zij aangeven als iets niet lukt. Het resultaat is dat groepswerk minder vastloopt en leerlingen elkaar sneller aanspreken.

In een bovenbouwklas merkt een docent dat leerlingen na een onvoldoende dichtklappen of juist in discussie gaan. Door sociaal-emotionele vaardigheden te koppelen aan toetsbespreking, leren leerlingen hun teleurstelling te herkennen en te vertalen naar een vervolgstap. De focus verschuift van emotie naar leren.

Ook tijdens mentorlessen worden voorbeelden zichtbaar. Leerlingen die leren reflecteren op hun gedrag, benoemen zelf waarom afspraken niet zijn nagekomen en wat zij nodig hebben om dit te verbeteren. Dit vergroot het eigenaarschap en vermindert herhaald probleemgedrag.

 

Meer rust en samenwerking in de klas

Wanneer sociaal-emotioneel leren structureel wordt ingezet, verandert de groepsdynamiek. Leerlingen weten beter wat er van hen wordt verwacht in samenwerking en durven ze elkaar hierop aan te spreken. Dit zie je terug in klassengesprekken waarin leerlingen elkaar laten uitspreken en in groepsopdrachten die gelijkwaardiger verlopen.

Ook de relatie tussen docent en leerling versterkt. Doordat gedrag bespreekbaar wordt gemaakt zonder oordeel, voelen leerlingen zich serieus genomen. Dit vergroot het vertrouwen en het maakt gedragsafspraken effectiever en duurzamer.

 

Sociaal-emotioneel leren als onderdeel van het curriculum

Sociaal-emotioneel leren hoeft geen losstaand programma te zijn. In vaklessen ontstaan vanzelf momenten waarop emoties, keuzes of samenwerking een rol spelen. Een docent Nederlands bespreekt bijvoorbeeld niet alleen het verhaal, maar ook de motieven en gevoelens van personages. Tijdens geschiedenis wordt stilgestaan bij morele dilemma’s en keuzes uit het verleden. Zo wordt sociaal-emotioneel leren onderdeel van het dagelijkse onderwijs.

Dit vraagt vooral om een gezamenlijke taal binnen het team. Wanneer docenten vergelijkbare begrippen gebruiken rond gedrag, emoties en verantwoordelijkheid, ontstaat er duidelijkheid en voorspelbaarheid voor leerlingen.

 

De rol van de methode Slim Studeren VO

Om sociaal-emotionele ontwikkeling structureel te ondersteunen, zetten sommige scholen de methode Slim Studeren VO in. Deze methode richt zich op vaardigheden zoals plannen, zelfregulatie, omgaan met stress, mindset en reflectie op eigen gedrag. Leerlingen leren bijvoorbeeld hoe zij een haalbare planning maken, hoe zij omgaan met uitstelgedrag en hoe zij spanning rondom toetsen herkennen.

In de praktijk zien scholen dat leerlingen hierdoor zelfstandiger worden en minder snel afhaken. Mentoren geven aan dat gesprekken minder gaan over ‘wat ging fout’ en meer over ‘wat kan ik anders doen’. Daarmee ondersteunt Slim Studeren VO niet alleen het leerproces, maar ook rust en verantwoordelijkheid in de klas.

Disclaimer : De informatie in deze blog is met grote zorg samengesteld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring. Ondanks deze zorgvuldigheid kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Wij adviseren organisaties om bij beleidskeuzes altijd rekening te houden met de eigen context en actuele wet- en regelgeving.

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Leidinggeven in een veranderende werkomgeving

Leidinggeven is de afgelopen jaren veranderd. Teams werken flexibeler, medewerkers krijgen meer verantwoordelijkheid en technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Onderzoek van UWV laat daarnaast zien dat AI invloed heeft op vrijwel alle beroepen en sectoren. De ontwikkeling van AI vraagt om digitale en kritische vaardigheden én om sterke sociale en communicatieve vaardigheden. Medewerkers hebben behoefte aan duidelijkheid, aandacht, vertrouwen en mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Van leidinggevenden worden naast vakinhoudelijke kennis ook sterke leiderschapsvaardigheden gevraagd. Goed leiderschap vraagt om zelfinzicht, communicatieve vaardigheden, het vermogen om mensen te motiveren en de flexibiliteit om de manier van leidinggeven af te stemmen op verschillende medewerkers en situaties. Dat geldt voor iemand die net begint als leidinggevende én voor een ervaren manager. Leiderschap blijft zich voortdurend ontwikkelen.   Wat is goed leiderschap? Er bestaat niet één manier van leidinggeven die in iedere situatie werkt. Een team met ervaren professionals vraagt iets anders dan

Lees meer

Situationeel communiceren voor managers: de juiste communicatiestijl op het juiste moment

Goed communiceren als manager betekent meer dan duidelijk vertellen wat er moet gebeuren. Medewerkers verschillen in ervaring, zelfstandigheid, motivatie, behoefte aan ondersteuning en manier van communiceren. Echter speelt de situatie speelt ook een belangrijke rol. Een medewerker die veel ervaring heeft met een bepaalde taak kan bij een nieuwe verantwoordelijkheid ineens meer begeleiding nodig hebben. Een team dat normaal zelfstandig functioneert, kan tijdens een grote verandering juist behoefte hebben aan meer richting en duidelijkheid. Situationeel communiceren helpt managers om hier bewust mee om te gaan. Je kiest niet automatisch voor één vaste manier van communiceren, maar je stemt je aanpak af op de medewerker/ collega, de taak en de situatie. Dat maakt communicatie duidelijker en het helpt om medewerkers/ collega’s gericht te begeleiden in hun ontwikkeling.   Wat is situationeel communiceren? Situationeel communiceren betekent dat je bewust kijkt naar wat iemand op een bepaald moment nodig heeft. Soms kan een

Lees meer

Loopbaanontwikkeling in het voortgezet onderwijs: waarom speelt elke docent een rol?

Het voortgezet onderwijs speelt een belangrijke rol in het voorbereiden van leerlingen op hun verdere studie-, loopbaan- en levenskeuzes. Steeds meer onderzoek laat zien dat loopbaanontwikkeling het sterkst tot zijn recht komt binnen een schoolbrede aanpak, waarbij docenten, mentoren en decanen samenwerken. Docenten spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks contact met leerlingen, kennen hun talenten en interesses en kunnen leerlingen helpen om verbanden te leggen tussen wat zij leren en de wereld buiten school.   Loopbaanontwikkeling begint niet bij de profielkeuze Veel scholen besteden vooral aandacht aan loopbaanoriëntatie op momenten waarop leerlingen een keuze moeten maken. Denk aan de overstap naar een profiel, vervolgopleiding of stage. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat loopbaanontwikkeling veel meer is dan het maken van een eenmalige keuze. Het gaat om het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en zelfinzicht die jongeren helpen om gedurende hun leven passende keuzes te maken. Het onderzoek van Rice

Lees meer

Leidinggeven in een veranderende werkomgeving

Leidinggeven is de afgelopen jaren veranderd. Teams werken flexibeler, medewerkers krijgen meer verantwoordelijkheid en technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Onderzoek van UWV laat daarnaast zien dat AI invloed heeft op vrijwel alle beroepen en sectoren. De ontwikkeling van AI vraagt om digitale en kritische vaardigheden én om sterke sociale

Lees meer