Wat moeten studenten weten over cybercriminaliteit?

Cybercriminaliteit wordt een steeds groter probleem in het onderwijs. Het aantal cyberaanvallen op onderwijsinstellingen en onderzoekssector is explosief gestegen. Elke universiteit, hogeschool (hbo) en mbo-school moet kritisch kijken naar de beveiliging tegen cyberdreigingen. Cybercriminelen richten zich in toenemende mate op studenten. Studenten vormen de zwakke schakel in de cybersecurity en ze zijn kwetsbaar voor social engineering. Aandacht voor de factor mens in informatiebeveiliging is van essentieel belang voor scholen. Denk hierbij aan wat een student moet weten over cyberdreigingen en wat een student kan doen om zichtzelf te beschermen tegen cybercriminaliteit. Een verplichte cyber awarenesstraining voor elke student kan een goede stap zijn. We leven in een wereld waarin cybersecurity onderdeel hoort te zijn van het curriculum.

Waarom zijn scholen een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen?

Scholen verwerken een enorme hoeveelheid persoonsgegevens. Gegevens zoals naam, geboortedatum, adres- en contactgegevens van studenten en werknemers, maar ook zaken zoals schoolprestaties, burgerservicenummers, betaalgegevens en informatie over ziekteverzuim, salarissen en soms gebeurtenissen in de privésfeer. Deze privacygevoelige data moeten goed worden beveiligd en mogen niet in handen van cybercriminelen vallen. Daarnaast verrichten studenten en docenten van universiteiten, hogescholen en mbo-scholen onderzoek, waardoor ze aantrekkelijke doelwitten zijn voor cybercriminelen. Onderwijsinstellingen zijn sterk afhankelijk van digitale technologie, maar deze afhankelijkheid brengt ook cyberrisico’s met zich mee.

In de praktijk zie je dat in vergelijking met grote zakelijke bedrijven, onderwijsinstellingen vaak over een beperkter budget voor informatiebeveiliging en privacy beschikken voor het implementeren en onderhouden van een solide cybersecurity. Het komt heel vaak voor dat studenten en docenten niet altijd goed weten wat er van hen wordt verwacht op het gebied van cybersecurity. Dit maakt onderwijsinstellingen een relatief makkelijke prooi voor cybercriminelen.

Hoe kunnen scholen hun studenten beschermen tegen cybercriminaliteit?

Informatiebeveiliging wordt gerealiseerd door het implementeren van passende organisatorische en technische maatregelen.  Denk daarbij aan goede securitymaatregelen en security-awareness. Onderwijsinstellingen moeten hun studenten actief informeren over cybercriminaliteit. Dit kan vrij eenvoudig door middel van verplichte trainingen.

Module Cybersecurity van Slim Studeren MBO

Wil je studenten beter bewust maken van cybercriminaliteit? Gebruik dan de module Cybersecurity en mediawijsheid van Slim Studeren MBO, een online programma waarmee je op een vrij eenvoudige manier het bewustzijn van je studenten vergroot op het gebied van cybersecurity en privacy. Studenten kunnen zelfstandig aan de slag en de docent of ict-manager kan via het dashboard de voortgang monitoren. De module bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Persoonsgegevens
  • Algemeen
  • Persoonsgegevens en onderzoek
  • Privacyrechten
  • Cybercriminaliteit en veiligheid
  • Phishing
  • Ransomware
  • Veilig online
  • Handige tips
  • Hoe maak je een sterk wachtwoord?
  • Doe de privacy test
  • Nepnieuws herkennen
  • Complottheorie of propaganda
  • Seksueel grensoverschrijdend gedrag
  • Sexting, haatspraak en trolling

Vraag een DEMO aan en ontdek de vele voordelen en mogelijkheden van Slim Studeren MBO.

Disclaimer : De informatie in deze blog is met grote zorg samengesteld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring. Ondanks deze zorgvuldigheid kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Organisaties en onderwijsprofessionals wordt geadviseerd om bij beleidskeuzes altijd rekening te houden met de eigen context en actuele wet- en regelgeving.

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Loopbaanontwikkeling in het voortgezet onderwijs: waarom speelt elke docent een rol?

Het voortgezet onderwijs speelt een belangrijke rol in het voorbereiden van leerlingen op hun verdere studie-, loopbaan- en levenskeuzes. Steeds meer onderzoek laat zien dat loopbaanontwikkeling het sterkst tot zijn recht komt binnen een schoolbrede aanpak, waarbij docenten, mentoren en decanen samenwerken. Docenten spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks contact met leerlingen, kennen hun talenten en interesses en kunnen leerlingen helpen om verbanden te leggen tussen wat zij leren en de wereld buiten school.   Loopbaanontwikkeling begint niet bij de profielkeuze Veel scholen besteden vooral aandacht aan loopbaanoriëntatie op momenten waarop leerlingen een keuze moeten maken. Denk aan de overstap naar een profiel, vervolgopleiding of stage. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat loopbaanontwikkeling veel meer is dan het maken van een eenmalige keuze. Het gaat om het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en zelfinzicht die jongeren helpen om gedurende hun leven passende keuzes te maken. Het onderzoek van Rice

Lees meer

Groepsvorming in de eerste schoolweken: wat kunnen we van Scandinavië leren?

De eerste weken van het schooljaar zijn van grote invloed op hoe een klas zich ontwikkelt. In deze periode leren leerlingen elkaar kennen, verkennen zij hun positie binnen de groep en ontstaat de basis voor gedrag, samenwerking en het leerklimaat. Veel landen erkennen het belang van groepsvorming in de eerste schoolweken. In Scandinavië is er veel aandacht voor welzijn, gelijkwaardigheid en verbondenheid binnen de klas. Leerlingen moeten zich veilig, gezien en betrokken voelen voordat zij optimaal tot leren kunnen komen. In plaats van direct te focussen op vakkennis, prestaties en toetsing, kiezen Scandinavische scholen ervoor om eerst te investeren in de groep. Deze benadering biedt waardevolle inzichten voor het voortgezet onderwijs.   Eerst de relatie, dan het leren In Scandinavische klaslokalen staat het opbouwen van relaties centraal. Leerlingen moeten zich veilig voelen, gezien worden en vertrouwen ervaren voordat zij tot leren komen. Onderzoek van onder andere de OECD onderstreept dat

Lees meer

Beeldende vorming: gelukkig kun je creativiteit gewoon in een cijfer vangen

Laten we beginnen met een voorbeeld uit de praktijk. Een leerling krijgt voor het vak Beeldende vorming de opdracht om een zelfportret te tekenen. Iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Ze krijgen twee lesuren voor de opdracht. De leerling doet wat hij kan. Hij tekent, probeert, gumt, begint opnieuw. Thuis laat hij zijn werk zien. Hij krijgt tips, hij zoekt zelf wat voorbeelden en filmpjes op internet en gaat oefenen. Stap voor stap ontdekt hij hoe een gezicht is opgebouwd, hoe verhoudingen werken en hoe schaduw diepte geeft. Met zijn nieuwe inzichten en zichtbaar meer vaardigheid komt hij terug op school. Trots neemt hij zijn oefentekening en de bronnen die hij heeft gebruikt mee naar school. Hij wil op school nog een keer proberen. Klaar om te laten zien wat hij heeft geleerd. Alleen komt dat moment niet. Nog voordat hij iets kan uitleggen, krijgt hij te horen

Lees meer