Beeldende vorming: gelukkig kun je creativiteit gewoon in een cijfer vangen

Laten we beginnen met een voorbeeld uit de praktijk. Een leerling krijgt voor het vak Beeldende vorming de opdracht om een zelfportret te tekenen. Iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Ze krijgen twee lesuren voor de opdracht.

De leerling doet wat hij kan. Hij tekent, probeert, gumt, begint opnieuw. Thuis laat hij zijn werk zien. Hij krijgt tips, hij zoekt zelf wat voorbeelden en filmpjes op internet en gaat oefenen. Stap voor stap ontdekt hij hoe een gezicht is opgebouwd, hoe verhoudingen werken en hoe schaduw diepte geeft.

Met zijn nieuwe inzichten en zichtbaar meer vaardigheid komt hij terug op school. Trots neemt hij zijn oefentekening en de bronnen die hij heeft gebruikt mee naar school. Hij wil op school nog een keer proberen. Klaar om te laten zien wat hij heeft geleerd.

Alleen komt dat moment niet.

Nog voordat hij iets kan uitleggen, krijgt hij te horen dat hij een 5,4 voor zijn een zelfportret.

 

Hoe beoordeel je een jongere die nog aan het ontdekken is?

Bij kunstvakken is dat onderscheid juist erg belangrijk. Creativiteit laat zich niet makkelijk vangen in één norm of vast beoordelingsmodel. Toch gebeurt het vaak alsof dat wel kan. Alsof je een tekening langs één meetlat legt en daar een objectief cijfer aan hangt. Stel je voor dat we alle kunstwerken in musea op die manier zouden beoordelen. Wat krijgt de Nachtwacht dan? En hoeveel punten zou een abstract schilderij scoren? Het voelt meteen ongemakkelijk, omdat het bij kunst niet alleen draait om techniek, maar ook om expressie, ontwikkeling en het verhaal erachter.

Hoe beoordeel je een jongere die nog aan het ontdekken is? Iemand die iets voor het eerst doet, fouten maakt, oefent en stap voor stap groeit? Geef je dan een cijfer op basis van wat er nog niet lukt of kijk je naar wat er wél ontstaat?

En welke boodschap geef je daarmee mee? Dat er één juiste manier bestaat? Dat hun eigen stijl minder waard is als die niet binnen de norm past? Of dat experimenteren en fouten maken risico’s zijn voor je cijfer. En wat doen we met de noodzakelijke stappen die een leerling neemt in een leerproces? Precies daar zit de spanning. Wat je beoordeelt, bepaalt ook wat leerlingen durven te laten zien.

 

De onzichtbare ontwikkeling

In dit voorbeeld zie je dat erkenning voor ontwikkeling ontbreekt. De leerling heeft zelfstandig geoefend, nieuwe technieken geleerd en initiatief genomen om beter te worden. Hij laat zien dat hij stappen zet en bewust met zijn leerproces bezig is. Precies dat zijn de vaardigheden die je als onderwijs wilt stimuleren. Toch verdwijnen ze naar de achtergrond op het moment dat het cijfer wordt uitgedeeld.

 

Wanneer motivatie verdwijnt

Hier ontstaat een belangrijk effect dat vaak wordt onderschat, namelijk het wegzakken van de motivatie.

De leerling begon gemotiveerd. Hij investeerde tijd, zocht zelf naar manieren om beter te worden en voelde eigenaarschap over zijn leerproces. Maar het moment dat zijn inzet wordt teruggebracht tot een 5,4 zonder ruimte voor uitleg of verbetering, verandert er iets.

De boodschap die binnenkomt is niet: je hebt veel geleerd.
De boodschap die blijft hangen is: het is niet goed genoeg.

Dat kan ertoe leiden dat een leerling zich minder inzet bij volgende opdrachten, gaat twijfelen aan zijn eigen kunnen en het gevoel krijgt dat oefenen weinig zin heeft. Soms haakt een leerling zelfs langzaam af bij het vak. Precies het tegenovergestelde van wat je als onderwijs wilt bereiken.

 

Formatief toetsen als betere route

Juist bij Beeldende vorming ligt een andere aanpak voor de hand. Formatief toetsen richt zich op groei in plaats van afrekenen.

Dat betekent:

  • feedback geven tijdens het proces;
  • ruimte bieden om werk te verbeteren;
  • leerlingen laten reflecteren op hun ontwikkeling;
  • het gesprek voeren over keuzes en leerpunten.

In zo’n aanpak wordt een eerste versie van een portret geen eindproduct, maar een startpunt.

 

Hoe geef je een cijfer aan kunst?

De vraag blijft lastig. Hoe beoordeel je iets dat zo persoonlijk en ontwikkelingsgericht is?

Misschien begint het bij anders kijken. Niet alleen naar het eindresultaat, maar juist ook naar de weg ernaartoe. Zien waar een leerling begint, wat hij onderweg leert en welke stappen hij zet. Als je dat meeneemt, verandert de betekenis van een cijfer vanzelf. Het wordt minder een eindpunt en meer een onderdeel van het grotere geheel.

 

Onderwijs dat schuurt

Dit voorbeeld laat zien dat het huidige systeem soms schuurt. Een leerling die wil leren en groeien, maar dat niet terugziet in de beoordeling. Een docent die moet beoordelen binnen vaste kaders die niet altijd passen bij het vak.

Het roept een vraag op die blijft hangen:

Zijn we bezig met leerlingen te beoordelen of met leerlingen te laten leren?

Een cijfer voor Beeldende vorming? Hoe doe je dat?

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Gouden Weken en een positieve klassensfeer

Positieve groepsvorming tijdens de eerste weken van het schooljaar

De basis voor een sterk en veilig leerklimaat De eerste weken van het schooljaar zijn bepalend voor de rest van het jaar. In deze fase ontstaat de groepsdynamiek, de rollen worden verdeeld en de sociale norm vormt zich binnen de klas. Wie hier bewust op inzet, legt een stevige basis voor rust, vertrouwen en betere leerprestaties. Maar hoe zorg je nu voor positieve groepsvorming? En wat levert het concreet op? In deze blog lees je over de voordelen van het Gouden Weken Pakket, praktische voorbeelden én hoe je dit eenvoudig kunt aanpakken.   Wat is positieve groepsvorming? Positieve groepsvorming betekent dat je als docent of mentor actief werkt aan een klas waarin leerlingen zich: veilig voelen; elkaar respecteren; samenwerken; en verantwoordelijkheid nemen. Het gaat dus niet alleen om “een gezellige klas”, maar om een groep waarin iedere leerling tot zijn recht komt en zich veilig voelt.   De basis van

Lees meer
versterk de groepsdynamiek in jouw mentorgroep

Desinformatie in de klas: waarom mag dit onderwerp niet ontbreken in het onderwijs

Jongeren groeien op in een wereld waarin informatie altijd en overal beschikbaar is. Via TikTok, Instagram, YouTube, nieuwsapps en groepschats krijgen ze dagelijks een enorme stroom aan berichten te verwerken. Daarom is het belangrijk dat scholen aandacht besteden aan desinformatie en leerlingen leren hoe ze informatie kritisch kunnen beoordelen.   Wat is desinformatie en waarom is het zo lastig te herkennen? Desinformatie is misleidende informatie die bewust wordt verspreid om te manipuleren. Daarnaast is er misinformatie: onjuiste informatie die zonder kwade bedoeling wordt gedeeld. Het verschil zit in de intentie, maar voor jongeren is dat onderscheid vaak moeilijk te maken. In de praktijk blijkt het vaak ingewikkeld om intentie vast te stellen. Daarom is het zinvoller om met je leerlingen te kijken naar de inhoud en het effect van een bericht, in plaats van direct te focussen op de vraag of iets ‘met opzet’ is verspreid.   Waarom is dit

Lees meer

Aantekeningen maken en leren: wat hebben leerlingen nodig?

In veel lessen gaan we er stilzwijgend van uit dat leerlingen wel weten hoe je goede aantekeningen maakt. Schrift open, pen in de hand, luisteren en noteren maar. Net als bij samenvatten blijkt die aanname vaak onjuist. Aantekeningen maken is geen vanzelfsprekende vaardigheid, maar een complexe leerstrategie die expliciet aangeleerd, geoefend en van feedback voorzien moet worden. Wie niet goed leert noteren, leert vaak ook minder diep en dat heeft directe gevolgen voor begrip, onthouden en zelfstandig leren.   De hardnekkige aanname: “dat kunnen ze al” In onderzoek naar leerstrategieën werd jarenlang aangenomen dat leerlingen aan het einde van het voortgezet onderwijs wel fatsoenlijke samenvattingen en aantekeningen konden maken. Die aanname bleek onhoudbaar. Toen samenvatten minder effectief bleek dan verwacht, lag dat niet aan de strategie zelf, maar aan de uitvoering: leerlingen wisten eenvoudigweg niet hoe ze moesten samenvatten. Hetzelfde geldt voor aantekeningen maken. We verwachten een vaardigheid die zelden

Lees meer